_Anti-pestprotocol 2018-2019

pesten

Pesten is een wijdverbreid probleem dat in elke schoolklas voorkomt. Onderzoek in Europa wijst aan dat maar liefst tussen 20 tot 30% van basisschoolkinderen slachtoffer van pesten zijn, terwijl tussen de 10 tot 20% dader is. Pesten is een groot maatschappelijk probleem want volgens een ander onderzoek blijkt dat zeker de helft van de kinderen die gepest worden, op latere leeftijd emotionele problemen ondervinden.

Voorkomen is beter dan genezen

Op Het Kompas nemen wij pesten serieus. Veel onderdelen van ons onderwijsprogramma zijn gericht op preventie van pesten. Wij vinden het belangrijk pestproblematiek te voorkomen zodat alle kinderen een fijne basisschooltijd beleven, dan dat wij ontdekken dat een kind heel verdrietig, alleen en onzeker is geworden doordat het gepest is. Wij werken voornamelijk preventief door bijvoorbeeld een goed schoolklimaat te scheppen. Ook maken wij samen met de leerlingen afspraken en regels; geen afspraken van de meester of juf, maar afspraken van ons samen. Ook zetten wij kwalitatief goede methodes voor sociaal-emotioneel leren in. Deze methodes voorkomen volgens onderzoek een groot deel van pestproblematiek. Tot slot denken wij dat alle meesters en juffen ook benaderbaar zijn voor het kind en de ouders als er sprake is van problematiek; de school zoekt graag samen met de leerlingen en ouders zoeken naar een oplossing.

Maar alles voorkomen, kan dat?

Kan al het pestgedrag voorkomen worden? Nee, dat kan helaas niet. Hoe goed de preventies op school ook zijn, toch komt het voor dat er toch gepest wordt. Daarvoor is dit protocol geschreven. Elk pestincident is echter uniek. Er kan dus helaas niet één werkend plan geschreven worden waarbij elk incident kan worden opgelost.

Bewustwording

Het is erg belangrijk dat schoolleiding en het team doordrongen is van het feit dat pestproblematiek ernstig is. Daarom wordt veel gesproken over het school- en groepsklimaat, het gedrag van leerlingen en leerkrachten, hot-spots (dat zijn plaatsen waar meer dan normaal ongewenst gedrag wordt vertoond) en het anti-pestbeleid.

Stellingname

De schoolleiding draagt naar leerlingen en ouders uit dat pesten niet toelaatbaar is op Het Kompas. Leerlingen en ouders weten dat op Het Kompas iets tegen pesten wordt gedaan; dat men geholpen wordt, maar ook dat er consequenties zijn.

De leerkrachten dragen naar ouders en leerkrachten uit dat pesten niet toelaatbaar is in de groep en de school. Zij bespreken op welke wijze ze pesten willen voorkomen en wat zij doen als er sprake is ban pestproblematiek.

Maatregelen

Helaas is er geen standaardprotocol voor het aanpakken va pestproblematiek. Eerder heeft u kunnen lezen dat elke situatie anders is. Daarom wordt bij elke situatie goed bekeken wat nodig is om het probleem op te lossen; er wordt goed naar het kind en de ouders geluisterd; er is sprake van nazorg. De veiligheidscoördinatoren overzien het geheel; zij evalueren het proces en stellen het bij.

Bestrijden van pesten

Er zijn verschillende aanpakken mogelijk bij het oplossen van pestproblematiek. Allereerst zijn er niet-confronterende maatregelen. De pestproblematiek van de groep wordt geanonimiseerd. Door middel van een thema of lessenserie wordt pesten in de groep besproken. Deze maatregelen worden voornamelijk toegepast als er vermoedens zijn van pestproblematiek.

Dan zijn er ook confronterende maatregelen. Dit zijn maatregelen waarbij de problematiek openlijk wordt besproken in de groep; leerlingen worden in de groep aangesproken op hun gedrag; er wordt geprobeerd begrip te laten ontstaan bij de pester(s) en meeloper(s); leerlingen worden zichtbaar gesteund door de leerkracht en er wordt gepoogd een achterban te creëren. Dit gebeurt zo min mogelijk op belerende wijze, maar zoveel mogelijk op constructieve wijze.

Op Het Kompas geloven wij niet in exclusie. Dat betekent dat wij pesten niet tolereren, maar het buitensluiten van pesters en meelopers ook niet. Op Het Kompas zijn we vooral gericht op een goed klassenklimaat, dat

Vangnet

Op Het Kompas zijn er meerdere ‘vangnetten’ voor leerlingen en ouders. Het allerbelangrijkste net is de leerkracht. De leerkracht werkt dagelijks met de kinderen en bouwt voortdurend aan de leerling-leerkrachtrelatie.

Op Het Kompas zijn twee veiligheidscoördinatoren aangesteld. Dit zijn meester Martijn Blommaert en meester Martijn van den Aarssen. Zij overzien het veiligheidsbeleid op Het Kompas, zijn aanspreekpunt voor leerkrachten en ouders. De veiligheidscoördinatoren begeleiden ook de anti-pestaanpak, evalueren deze en stellen bij.

Tot slot kunt u altijd terecht bij de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon voor Het Kompas is Sjaak de Ridder, leerkracht en Sylvia de Heus, ouder.

Het Kompas probeert ten aller tijden constructief met u aan een oplossing te werken. Verliest u het vertrouwen, dan kunt u een klachtenprocedure instellen. Daarvoor verwijzen we u naar onze schoolgids.

 

 

 

Plan van aanpak

Wanneer er sprake is (of vermoeden van) pestproblematiek, worden de volgende stappen ondernomen:

De ouder meldt pestproblematiek bij de leerkracht : De ouder meldt pestproblematiek bij de veiligheidscoördinator
$ $
De leerkracht start het anti-pestprotocol op. < De  veiligheidscoördinator verwijst naar de leerkracht
De leerkracht licht de veiligheidscoördinator in.
$
De  leerkracht voert de stappen van het pestprotocol uit, overlegt met de betrokken leerlingen, ouders en de veiligheidscoördinator. 1 De veiligheidscoördinator monitort en evalueert
$
De  leerkracht blijft gedurende het schooljaar controleren of de pestproblematiek is gestopt. 1 De veiligheidscoördinator blijft gedurende het schooljaar controleren of de pestproblematiek is gestopt. De coördinator neemt tijdens die periode contact op met ouders (nazorg)
$
Er wordt geëvalueerd door leerkracht, leerlingen, ouders en de veiligheidscoördinator

 

In het anti-pestprotocol worden de volgende stappen gezet:

  1. Er wordt informatie ingewonnen door alle betrokkenen te horen; de gepeste, de pester, de mede-leerlingen, ouders en de leerkrachten.
  2. Er volgt een confronterend gesprek met alle betrokkenen. Dat kan op individueel niveau, maar ook op groepsniveau.
  3. Er worden afspraken gemaakt met de gepeste, de pester en de meelopers. Deze afspraken worden met ouders gedeeld. Bij de afspraken worden ook consequenties beschreven. De leerlingen denken mee over de afspraken en consequenties, dus zijn mede-eigenaar van de aanpak. Die afspraken kunnen bijvoorbeeld gaan over:
    1. Gewenst gedrag
    2. Beloning en consequenties
    3. Interventies
    4. Toezicht
    5. Nazorg
  4. De gepeste mag rekenen op steun van de leerkracht en mede-leerlingen. Het kind wordt serieus genomen en regelmatig bevraagd over het welbevinden en de aanpak.
  5. De pester en meelopers worden serieus genomen en regelmatig bevraagd over hun welbevinden en de aanpak.
  6. Er wordt een dossier gevormd, van alle incidenten, afspraken en gesprekken wordt een notitie in het leerlingvolgsysteem gemaakt.
  7. Er is sprake van nazorg; ouders worden gedurende het schooljaar regelmatig bevraagd of de pestproblematiek is gestopt.
  8. Er wordt geëvalueerd en eventueel bijgesteld.